SDI volk opbouw en behandeling

SDI volk opbouw en behandeling                                                       Versie 2019/9

Samenstelling van MiniPlus kastje voor SDI volkje:

*       Gaasbodem.

*       1 Romp met 6 raampjes.

*       Voerblok voor suikerdeeg.

*       Plastic dekkleed met gaten erin voor het invoeren van de teeltdop, het invoeren Nicot kooitje en terugleggen verdoofde KI moer.

*      Voerbak of  voerpot, hierbij is een extra rompje nodig.

*      Dak.

*      Vlieggat verkleinen i.v.m. roverij.

*      Moerrooster aan de binnenkant van de kast. De koningin moet de gelegenheid hebben om te vluchten en niet klem komen te zitten bij de ingang. Een “Amelander rondje” aan de binnen- en buitenkant kan ook.

 

Als je nog geen volk op MiniPlus hebt kun je het volgende doen. Ruim 3 weken voor de SDI koningin wordt ingevoerd worden 1 of 2 MiniPlus rompen elk met 6 raampjes, kunstraat of uitgebouwd, bovenop een goed Buckfast volk geplaatst. Na 3 dagen controleren of de koningin in de MiniPlus is gaan leggen anders de koningin opzoeken en in de MiniPlus plaatsen. Daarna tussen de MiniPlus en het hoofdvolk een moerrooster leggen om te zorgen dat de koningin alleen in de MiniPlus aan de leg gaat.

Tien dagen voordat de SDI koningin wordt ingevoerd de koningin uit de MiniPlus halen en weer in het hoofdvolk in laten, rooster weer onder de MiniPlus plaatsen (koningin mag nu niet meer in de MiniPlus). Na tien dagen alle doppen breken en raampjes broed en bijen verdelen over MiniPlus kastjes. Per volkje 2 ramen gesloten broed gebruiken. Met 12 raampjes broed kun je dus maximaal 6 volkjes maken. De kastjes opvullen met lege raampjes en/of voerramen, zoveel als de bijen kunnen bezetten. Voerblok inhangen met suikerdeeg.

Binnen twee uur na het breken van alle doppen de SDI koningin inhangen. Na 2 dagen het lipje van het kooitje verwijderen.

De volkjes worden nu drie dagen gesloten op een koele plaats gezet.
– Na drie dagen worden de kastjes opengezet op een andere stand en wordt gecontroleerd of de koningin is uitgelopen.
– In principe hebben de volkjes nu genoeg voer aan het suikerdeeg in het voerblok om te overleven.
– Na 5 dagen wordt gecontroleerd of de koningin aan de leg is.
– Als het volkje gesloten broed heeft kun je eventueel het moerrooster verwijderen maar dat is niet noodzakelijk
– Als de koningin aan de leg is volkje langzaam gaan voeren met suikerwater, verhouding 1:1. Hoeveel voer hangt af van de grootte van het volkje en de legcapaciteit van de koningin. Er moet zoveel gevoerd worden dat het broednest niet volloopt maar wel zoveel dat de moer gestimuleerd wordt eitjes te leggen. Het volkje moet groeien en dat doet het alleen als het voortdurend gestimuleerd wordt met suikerwater, dat lukt niet met suikerdeeg.
– Als er vloeibaar gevoerd wordt let goed op roverij. Verklein het vlieggat.
– Als het volkje gaat groeien, wordt het aantal raampjes telkens uitgebreid, tot maximaal 6 raampjes. Het volkje komt op maximaal 1 romp.
– Na 1 maand worden er 100 levende mijten uit andere volken toegevoegd.
– Na weer minimaal 12 dagen worden de volkjes meegenomen naar het teladres.
– Na de telling wordt besloten met welke koninginnen verder geteeld gaat worden en welke volkjes afvallen. De volkjes waar niet van nageteeld wordt worden tegen varroa behandeld en verenigt en voorzien van een goede bevruchte koningin. Van deze volken kunnen in het volgende jaar weer nieuwe SDI volkjes worden gemaakt.
– De geselecteerde volkjes worden ook behandeld en verenigt met een reserve MiniPlus. Ze wordt ingewinterd op 2 rompen met veel voer en in verhouding weinig broed. Het zijn immers Single Drone Inseminated koninginnen.
– De koninginnen met laag vsh kunnen gebruikt worden om van na te telen om varroa in te kweken.

Voor het teeltplan bestaat een spreadsheet waarin alle data in staan voor alle handelingen. De data worden tijdig gecommuniceerd.

Martin Klein en Jan Lagerweij, Buckfast Teeltgroep Flevo – VSH Project, maart 2019