Ons bevruchtingsstation

Ons bevruchtingsstation ligt centraal in de Flevopolder in een praktisch bijenvrij gebied. Doordat het een ronduit slecht drachtgebied is, wordt er door imkers niet naar toegereisd. Wij voeren onze darrenvolken dan ook gedurende de zes weken dat het station geopend is, anders zouden zij verhongeren. Enkele imkers in de directe omgeving voorzien wij elk jaar van zuster koninginnen van onze darrenlijn van dat jaar.

 

kastjes-worden-opgehaald een-raam-vol-darren auto in flevo flevo11 Buckfast darrenvolk
<
>
Raam met deels uitgelopen darrenbroed (Foto: Martin Klein)

 

Er is soms wel eens een discussie over het feit of je op een landbevruchtingsstation wel raszuivere bevruchtingen kunt krijgen. Het testen van een landbevruchtingsstation op raszuiverheid is in de praktijk veel moeilijker dan op het eerste gezicht lijkt.

Er bestaat een test, met Cordovanbijen maar die kan alleen uitgevoerd worden met geïmporteerd materiaal uit bijvoorbeeld Amerika en dat is gezien alle risico’s op ziekten niet toegestaan. Daarbij wordt er getwijfeld aan de betrouwbaarheid omdat eventueel de cd-mutatie minder vitale darren en moeren op kan leveren. Als enige blijft over een DNA-analyse wat nu experimenteel gebeurt in Nederland.

Veel factoren zijn van invloed op de bevruchting, het weer, de koninginnen, het ras, de darren en de opstelling zijn er zo maar een paar van deze factoren. Het simpelweg verwijderen van alle darrenvolken en alleen jonge koninginnen in bevruchtingsvolkjes op te stellen en na drie weken kijken of er bevruchte moeren bij zijn is geen betrouwbare methode. Een jonge koningin die bevrucht wil worden kan wel meer dan 10 km vliegen en drie kwartier zonder voedsel overleven. Maar doet zij dat ook als er een overvloed aan darren op de korte afstand zijn?  Darren daarentegen kunnen niet zonder voedsel en moeten binnen tien minuten weer terug in hun kast zijn om te eten. Dat er darren van buiten het  gebied naar ons bevruchtingsstation vliegen is niet aannemelijk.

Wat is nu de kans op zuivere bevruchtingen? Op ons bevruchtingsstation staan veel darrenvolken met raszuivere darren. Laten we dit aantal op 15 stellen. Elk darrenvolk bevat zeker zes maal zoveel darren als een gewoon volk. Hierdoor vertegenwoordigen deze darrenvolken 90 gewone volken wat darren betreft. De verhouding raszuivere dar (a) : vreemde dar (b)  zal zeker op 300:1 of hoger liggen.

a:bRaszuiverGemengde paringen      Vreemd
8:07:16:25:34:43:52:61:70:8
1:10,4%3,1%10,9%21,9%27,3%21,9%10,9%3,1%0,4%
3:110,0%26,7%31,2%18,3%8,7%2,3%0,4%0,0%0,0%
7:134,4%39,3%19,6%5,6%1,0%0,1%0,0%0,0%0,0%
15:159,8%31,8%7,4%1,0%0,1%0,0%0,0%0,0%0,0%
63:188,6%11,2%0,6%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%
100:192,3%7,4%0,3%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%
300:197,4%2,6%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%
500:198,4%1,6%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%
700:198,9%1,1%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%
800:199,0%1,0%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%
1000:199,2%0,8%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%

Om dit inzichtelijk te maken is formule (a+b)^n  uitgewerkt en in het overzicht weergegeven.
Waarin:
a=aantal raszuivere darren
b=aantal ongewenste darren
n=aantal paringen van een koningin (hier 8)

In de tabel is te zien dat bij de verhouding a:b=300:1 het aantal raszuivere aanparingen boven de 97% ligt en op sommige dagen rond de 99%
Maar dat er op een landbevruchtingsstation soms een verkeerde aanparing plaatsvindt is logisch. Maar zelfs dan hebben er raszuivere darren met die koningin gepaard
Bij de berekening is uitgegaan van de verhouding in de eerste kolom van de tabel en 8 aanparingen per koningin.
Hieronder de tabel in grafiekvorm:


Maar dat er op een landbevruchtingsstation soms een verkeerde aanparing plaatsvindt is mogelijk. Koninginnenteelt betekent selectie. Door een goede selectie lukt het heel goed verder te telen met op Flevo bevruchte koninginnen. Het belangrijkste van de koninginnenteelt is dat men veel koninginnen moet telen en daar streng in te selecteren, zoals Broeder Adam zei:

                                    ‘Laat de bijen het je maar vertellen’